Sophiepollmann.reismee.nl

Sharing experiences

Lieve allemaal,


Het is inmiddels alweer een hele tijd geleden sinds ik voor het laatst mijn blog heb geĂŒpdatet, en vond dat het maar weer eens hoognodig tijd werd om jullie een update te geven. Wat ik ook merk, is dat ik het steeds lastiger vind, om in het Nederlands te schrijven. Ik praat, lees, schrijf en denk hier bijna alleen maar in het Engels! Er is hier veel gebeurd in de afgelopen twee maanden - veel veranderingen. Ik zal eerst maar eens beginnen met een kort overzicht te geven van wat mijn werkzaamheden [ook alweer] inhouden, en wat er daar zo in is veranderd!

Werk.


Er zijn drie activiteiten waaruit mijn vrijwilligerswerk voornamelijk bestaat;


Ik werk in een mozaĂŻek centrum, waar ik blinde mensen begeleid bij het maken van mozaĂŻek kunstwerken. Ook kan je zelf aan de gang gaan met een spiegel mozaĂŻek, wat een stuk lastiger is dan het lijkt.


Twee keer per week gaan we naar een jeugdcentrum, Munir Onat, waar we met jongeren tussen de acht en twintig jaar werken. Wat we meestal doen is dat we voetbal met ze gaan kijken [ik merk wel dat ik echt meer van voetbal moet leren, want ik weet meestal niet eens wie er speelt(:], spelen gitaar met ze [we hebben hier een vrijwilliger, Francesco, en die neemt zijn gitaar overal mee naar toe], koken met ze [tot dusver hebben we pizza, pannenkoeken en koekjes met ze gebakken] en hebben we sinds kort ook thema avonden. De eerste bestond uit carnaval, dus iedereen ging verkleed als iets raars. Het beste was dat Donato, een Italiaanse vrijwilliger, zich als een vrouw had aangekleed, waardoor hij heel wat rare blikken kreeg - je merkt hierdoor wel dat het in Nederland bijvoorbeeld minder raar is om ‘apart' over straat te gaan, dan hier. Ik zelf ging als een zestiger jaren flower-power hippie, en dat veroorzaakte ook veel gelach. Er werd gitaar gespeeld, gekletst, en Twister gespeeld [je weet wel, dat spel waarbij je, je lichaam in onmogelijke bochten moet wringen en dat je vooral niet mag omvallen]. Het leuke was, dat iedereen mee deed - dus ook de oudere jongeren, wat ik bijzonder vond om te zien.


Als laatste gaan we naar een oncologie ziekenhuis, waar we met terminale kinderen werken. We doen daar verschillende activiteiten met ze, waaronder knutselen, en we proberen ze af en toe ook wat Engels te leren.


Daarnaast geven Laura, Ann-Kathrin en ik Engelse les aan studenten van de universiteit, wat niet altijd even makkelijk is. Vaak komen studenten niet opdagen, of ze komen maar Ă©Ă©n keer, waardoor de groep telkens verandert. Gelukkig zijn er wel een aantal studenten, die altijd blijven komen.

De afgelopen weken is de groepsstructuur behoorlijk veranderd. Er zijn vrijwilligers weg gegaan, en dat is lastig. Je hecht je redelijk snel aan mensen. Een van de lastigste afscheiden vond ik met Narjesse, een Tunesische vrijwilliger die hier al zes maanden was. Het was haar eerste keer om buiten Tunesië te reizen, en ze heeft zichzelf letterlijk met hart en ziel ingezet om haar EVS tot een onvergetelijke ervaring te maken. Dat kon je merken aan de toewijding aan de verschillende activiteiten die ze had - ze ging bijvoorbeeld bijna elke avond naar Munir Onat toe, om met de jongeren te zijn, met ze te lachen of gewoon om ze een luisterend oor te bieden. In de zes maanden dat ze hier was, heeft ze de Turkse taal leren beheersen, en was ze in staat om zichzelf niet alleen in het dagelijkse leven te redden, maar trad ze ook op als een vertaler voor de andere vrijwilligers. Helaas moest ze terug naar haar land gaan, omdat ze binnenkort zal moeten trouwen. Iets wat we in de Westerse wereld niet kunnen begrijpen, maar wat daar de normaalste zaak van de wereld is. Het afscheid viel dan ook moeilijk, en het is raar dat ze er niet meer is. Voor mij was ze een bijzonder persoon, en ik denk dat ik kan zeggen; een perfecte vrijwilliger.


Ik realiseer me ook dat het komen en gaan van mensen iets is wat niet alleen bij EVS hoort, maar ook gewoon bij het leven, en dat ik daar hier mee moet leren omgaan.


Daartegenover staat dat er wel telkens nieuwe vrijwilligers bij komen, waardoor we nu in een grote groep van achttien leven. Aan de ene kant is het natuurlijk altijd fijn als er nieuwe vrijwilligers komen, want ze brengen nieuwe energie mee, nieuwe ideeën en creativiteit. Anderzijds is wel gebleken dat de afgelopen weken het dagelijkse programma niet wilde werken, omdat er gewoon teveel mensen zijn. We werden in groepen verdeeld, zodat je de ene ochtend naar het mozaïek centrum ging, en de volgende ochtend bijvoorbeeld Turkse les had. Doordat er telkens nieuwe vrijwilligers bij kwamen, raakte het programma in de knoop en moest het telkens worden vernieuwd. Ik heb er echter wel vertrouwen in dat het goed zal komen, en dat na een paar weken alles goed zal draaien.

Reizen.


Afgelopen weken heb ik heerlijk veel kunnen reizen. Om te beginnen ben ik bijvoorbeeld naar Istanbul met mijn ouders geweest, die me in Gaziantep waren komen opzoeken. Istanbul was heel anders dan ik had verwacht, veel moderner dan Gaziantep bijvoorbeeld. Je wordt niet overal aangestaard omdat je blond bent, of omdat je een buitenlander bent, wat wel fijn is voor de verandering. Verder spreken heel veel mensen Engels, waardoor ik niet met mijn gebroken Turks de weg hoefde te vragen, ook fijn. Naast de Aya Sofia en de Blauwe Moskee, allebei prachtig en indrukwekkend op hun eigen manier, zijn we ook naar Top Kapi geweest, het paleis dat door vele Ottomaanse Sultans is bewoond. Ondanks dat het een toeristen trekpleister is [ik kan me nog de Japanse groepen voor de geest halen, die met bosjes tegelijk langs kwamen], was het wel bijzonder om een kijkje te krijgen hoe de sultans in de Ottomaanse periode hebben geleefd. Tenslotte, wat ik echt niet snel vergeten, zijn we naar de Grand Bazaar geweest - een markt met meer dan vierduizend winkels die alles verkopen, van sjaals tot leren jasjes. Als je me een beetje kent, dan weet je dat ik me daar bijna niet kon inhouden. Als het aan mij had gelegen had ik de hele bazaar leeg gekocht, maar helaas ging dat nu eenmaal niet. Wel weet ik dat voordat ik terug ga naar Nederland aan het einde van mijn EVS, is dat ik daar nog een keer naar terug ga.

We hebben afgelopen maand ook onze mid-term training gehad, een soort van evaluatie over hoe je project gaat, en wat je nog wilt leren en al hebt geleerd. Hij kwam bij mij precies op tijd, omdat ik net in het midden van mijn EVS zat. De training was in Antalya, een grote stad, die zich langs de zuid-kust van Turkije bevind. Alsof het al niet genoeg was dat we aan het strand zaten, verbleven we ook nog eens in een vijf sterren hotel, wat wel heerlijk was. Normaal heb ik het niet zo op een ‘all-inclusive' hotel, wat dit overduidelijk was, maar ik moet zeggen dat ik er heel erg van heb genoten [al ben ik erachter gekomen dat de baklava in Gaziantep nog steeds de beste is!].


Helaas was de midterm training niet echt wat ik ervan had verwacht. Ja, we hebben een aantal evaluatie oefeningen gedaan, die voor mij heel erg goed waren. Ik heb voor mezelf duidelijk kunnen zeggen wat ik al heb geleerd, en wat ik nog wil leren in de tijd dat ik hier nog ben. Verder hebben we nog informatie gekregen over de mogelijkheden na EVS, dus bijvoorbeeld de mogelijkheid om aan verschillende workshops mee te doen. Maar daarnaast hebben we heel erg veel negatieve verhalen gehoord over de soms erbarmelijke omstandigheden van de andere vrijwilligers. Zo was er een meisje, die bij aankomst bij haar project in Istanbul, te horen kreeg, dat er geen project was. Ze moest het zelf maar uitzoeken, en daarnaast moest ze bij haar baas inwonen, die ook nog haar mentor en coördinator was. Toen ze op zoek ging naar een eigen flat, kreeg ze niets van het geld dat voor haar bedoeld was [een maandelijks bedrag voor het betalen van eten, de flat, zakgeld enzovoorts], en moest ze alles zelf betalen, door er nog twee baantjes bij te nemen. Dit is maar een van de vele verhalen die ik heb gehoord, en eerlijk gezegd dacht ik bij mezelf; is dit nu waar EVS om draait? Anderzijds deed het me ook realiseren hoeveel geluk ik heb met mijn organisatie. Nee, alles is niet altijd even goed geregeld, maar ze zijn er wel altijd voor ons, en het zijn hele fijne en warme mensen. Dat is waar het ook om draait.


Naast alle negatieve verhalen, was er ook een hoop gezelligheid, en was het fijn om weer de vrijwilligers te zien die ik bij de on-arrival training had leren kennen.


Na Antalya zijn we doorgereisd naar Olympos, een klein plaatsje langs de kust, ongeveer anderhalf uur reizen van Antalya. Voor degene die er nog nooit van hebben gehoord - het is een soort van klein paradijsje, waar je zomer's kunt kanoën, berg klimmen, surfen en nog veel meer. Helaas was er tijdens ons verblijf alleen maar regen, maar toch hebben we genoeg gezien om te weten dat het een prachtige omgeving is - en zeker een plek is die ik wil terug zien.


Tenslotte ben ik afgelopen week naar Syrië gereisd, waar ik ook een paar uur geleden foto's van het geuploaded. Voordat ik naar Syrië ging, had ik een heel ander beeld van het land, dan dat ik nu heb. Na alle ophef in Tunesie, Egypte, Algerije en alle andere Arabische landen de afgelopen weken, was ik bang dat het in Syrië hetzelfde zou zijn. Bovendien had ik gehoord dat je als blondine [en vooral omdat we met vier waren] nog meer aandacht zou trekken, dan in Turkije. Niets bleek minder waar te zijn. In Damascus, een stad ten zuiden van Syrië, hebben we gecouchsurft [wat erop neerkomt dat je bij mensen thuis op de bank slaapt]. Ik had er mijn twijfels over, maar Allah, de man bij wie we verbleven, was zo ontzettend gastvrij, dat we zelfs met vier meisjes in zijn kleine appartement konden blijven. We hebben met hem gegeten, verhalen uitgewisseld, en hij heeft ons veel nuttige informatie gegeven. Verder hebben we door het oude gedeelte van Damascus gelopen, in de souq [eigenlijk gewoon een grote bazaar - en ja, ik heb weer veel te veel gekocht(:], zijn we naar de Umayyad Moskee geweest [een van de mooiste moskees ter wereld, althans dat wordt beweerd - en dat is ook zo]. Er waren wel verschillende mensen die me aanspraken of ze een foto van ons mochten maken, maar dat vond ik alleen maar grappig, en vond het dus ook geen probleem.


Na Damascus zijn we doorgereisd naar Palmyra, waar bijzondere ruines zijn - en die we bij zonsopgang hebben gezien. Om half vijf ging de wekker, en al ben ik normaal heel erg van het uitslapen, en blijf ik het liefst langer liggen - ben ik blij dat ik mijn bed ben uitgekomen hiervoor.

Tenslotte zijn we naar Aleppo doorgereisd, waar ik de bazaar heb gezien [overdekt, enorm en ik denk nog groter dan de Grand Bazaar in Istanbul], maar helaas heb ik niet veel meer kunnen zien. Ik ben ziek geworden aan het einde van de reis, en de afgelopen week is dat aangehouden. Ik ben nu weer helemaal beter, wat wel weer fijn voelt, omdat ik dan weer met de normale activiteiten kan meedoen. Ik heb ook besloten dat ik aankomende week, zelf ga reizen langs de zuid-kust van Turkije, omdat de afgelopen weken iets teveel voor me zijn geweest. Ik ga alleen, en dat voelt best wel als een grote stap, maar ik denk wel dat het goed zal zijn - niet alleen omdat ik nu alles zelf moet regelen [dus hotel's, bustickets, de weg enzovoorts], maar ook omdat ik onderweg vanzelf wel mensen tegen zal komen.
Ik laat het hierbij, want vanavond moeten we weer afscheid nemen van Valeria, een Italiaanse vrijwilligster die morgen vertrekt. Dit gaat gecombineerd met, hoe toepasselijk, een culturele Italiaanse avond(:


Ik wil graag afsluiten met een uitspraak die veel indruk op me maakte, en die ik heb gevonden in een museum in Damascus [ook al slaat het op kalligrafie, vind ik het voor schrijven in het algemeen toepasselijk] :


'Calligraphy is the tongue of the hand, the delight of the mind, the ambassador of intelligence, the inheritor of thought, the weapon of knowledge, the companion of absent friends, the converser with them over long distances, the repository over secrets and the register of events.'

Veel liefs,

Sophie

First [and second] impressions.

Lieve allemaal,

Het is inmiddels al een behoorlijk lange tijd geleden sinds ik uit Nederland ben vertrokken – bijna vijf weken, om precies te zijn. Ik was van plan om eerder een blog te posten, maar het kwam er telkens niet van. Niet omdat ik niet genoeg tijd had [dat had ik juist wel], maar omdat ik elke dag weer nieuwe dingen meemaak en dit alles wil verwerken in de blog. Op een gegeven moment waren er zoveel dingen gebeurd, en zou het verhaal veel te lang en waarschijnlijk chaotisch zou worden. Vandaar dat ik ga proberen een algemene indruk te geven van hoe ik hier leef en hoe ik mijn dagen vul.

Manier van leven.

De meeste van jullie weten wel wat ik hier doe, namelijk vrijwilligerswerk in de stad Gaziantep [de stad staat ook wel bekend als “Antep” en ligt in het zuidoosten van Turkije]. Ik woon hier samen met tien andere vrijwilligers, verdeeld over twee flats. We hebben de ‘oude’ flat en de ‘nieuwe’ flat [de namen zijn zo verdeeld, omdat er eerst alleen de ‘oude’ flat was, en de andere vrijwilligers in de ‘Association’ woonde [dit is de naam van het gebouw waar de organisatie is gevestigd]]. Een paar weken voordat ik arriveerde, heeft de organisatie de nieuwe flat gehuurd.

Tot voorkort waren we met zeven vrijwilligers – Laura uit Spanje, Ann-Kathrin uit Duitsland, Narjes uit TunesiĂ«, Petar uit MacedoniĂ«, Marga uit Spanje en JosĂ©-Luiz, ook uit Spanje. De laatstgenoemde is tevens onze mentor – hij is een ex-vrijwilliger en de organisatie was zo enthousiast over hem, dat ze hem als mentor hebben aangesteld. Twee weken geleden heb ik voor het eerst afscheid moeten nemen van Julian, een Franse jongen en Maria, een meisje uit ItaliĂ«. Het voelde raar om afscheid van ze te nemen, ook al kende ik ze pas drie weken. Omdat je zo dicht op elkaar leeft en elkaar elke dag ziet, ontwikkel je snel een band met iedereen. Gisteren hebben we alweer afscheid moeten nemen, namelijk van Marga en JosĂ©, die voor twee maanden naar Mersin [een plaatsje aan zee ten westen van Gaziantep] zijn vertrokken. Mijn organisatie heeft goede connecties met de organisatie die in Mersin in gevestigd, en ze hadden hulp nodig om een nieuw project op te starten, dat zich voornamelijk met het milieu bezig houdt.

De hele groep is dus aan het veranderen – de mensen komen en gaan - deze week zijn er ook weer zes nieuwe vrijwilligers bijgekomen; Valeria uit Italie, Silke uit Duitsland, Lara uit Nederland [heerlijk om af en toe weer even Nederlands te kunnen praten!], Donato en Fransesco uit ItaliĂ« en Hatim uit TunesiĂ«.

Ik woon in de ‘nieuwe’ flat, samen met Laura, Ann-Kathrin, Narjes en Valeria. In de ‘oude’ flat [die op twee minuten lopen van de nieuwe flat ligt, met een park ertussen in] wonen de andere vrijwilligers. Wat wel grappig is, is dat er een duidelijke verdeling tussen oude en de nieuwe flat – in de oude flat komen we samen om thee te drinken, voor nargile [ook wel bekend als “sheesha” of waterpijp” – in principe ben ik tegen roken, maar het is onvermijdelijk om niet een keer een waterpijp te proberen. Tot nu toe heb ik het een paar keer geprobeerd en het was zeker de moeite waard] en voor feesten. Als je even behoefte hebt om alleen te zijn of even weg wilt zijn van de drukte, kun je naar de nieuwe flat gaan.

Ergens waar ik heel erg aan moest [en af en toe nog steeds moet] wennen, is dat ik nu op mezelf woon. Dat betekent dat ik voor mezelf moet koken, ook al eten we wel redelijk vaak in de Association [we hebben de luxe dat we twee lieve kokkinnen hebben die ongeveer elke dag voor ons koken]. Tot nu toe heb ik wel een nieuw recept geleerd – macaroni gemixt met ei, kaas, uien en wortelen. Toen ik het voor het eerst zag, wist ik niet wat ik ervan moest denken, maar toen ik het eenmaal had geproefd, ging ik gelijk overstag – zeker een recept om te onthouden voor als ik ‘echt’ op kamers ga voor mijn studie. En soms, als we te lui zijn om of te koken of om naar de Association te gaan, halen we kebab [waar er hier meer dan genoeg tentjes van zijn;)

Iets was ook nieuw voor me is, is dat ik zelf mijn kleren moet wassen. Als ik eerlijk ben, dan wist ik twee maanden geleden nog niet hoe ik was moet sorteren of op welke graden je alles moet wassen. Ik gooide alles maar in de was, en dan waste mijn moeder meestal. Hier kan dat niet. Op een gegeven moment merk je dat er steeds minder in je kast ligt en dat de stapel met was in de hoek van de kamer zich steeds meer begint op te stapelen. Dan denk je bij jezelf; en nu moet ik het zelf doen. De eerste keer dat ik de wasmachine [die we gelukkig hier wel in de flat hebben!] moest gebruiken, vond ik dan ook best wel eng. Gelukkig ging alles goed en kwamen mijn kleren er normaal uit – niet kleiner of verkleurd.

Het geen waar ik het meeste aan heb moeten wennen, is dat ik elke ochtend wordt gewekt door de moskee. Elke ochtend om drie over half zes [ik ben er zo vaak door gewekt dat ik het nu wel weetJ] klinken de Arabische klanken door de straten, die de moslims naar de moskee roepen voor het ochtend gebed. In het begin schrok ik er elke keer wakker van, maar de laatste tijd slaap ik er telkens doorheen – en ik vind het nu eigenlijk wel mooi klinken.

Werk.

Een van de eerste dingen die je leert als je in Turkije bent, is dat de manier van leven yavash yavash is – dus dat je alles heel erg langzaam aan moet doen. Een beetje dezelfde manier van leven die ik in Ghana heb meegemaakt [daar herinner ik me de wait, small small nog heel erg – dan verwacht je dat je een half uur moet wachten, maar dan kan het makkelijk anderhalf uur zijn]. Hier is het niet zó erg, maar als je ergens om tien uur moet zijn, dan is het geen ramp om een kwartier tot een half uur te laat te zijn. Je hebt de kans dat degene met wie je hebt afgesproken er dan nog niet eens is, dus je leert jezelf aan dat als iets om tien uur is, je daar rond kwart over tien moet zijn.

Zo is het bijvoorbeeld ook met de mozaĂŻekcursus met het begeleiden van blinde mensen die ik volg. In het begin, dus in de eerste week, kwam ik elke keer keurig op tijd, maar na een tijdje merkte ik dat ik de eerste was die er was en dat er nog niemand anders was. Nu heb ik mezelf aangeleerd dat ik standaard een kwartier te laat kom. Best een raar idee, omdat ik nog steeds de mentaliteit van Nederland heb – dus altijd op tijd komen, en als je vijf minuten te laten komt, dan is dat not done. EĂ©n van de belangrijkste dingen die ik echter op de on-arrival-training [dit is een soort van training waar je met een heleboel vrijwilligers bij elkaar komt en meer uitleg over het idee van EVS krijgt] heb geleerd, is dat je de mentaliteit die je in jouw land gewend bent, moet loslaten. Je bent nu eenmaal voor een langere tijd in een ander land, waar een andere cultuur heerst, een andere mentaliteit, en dus een ander besef van het begrip ‘tijd’.

Om even terug te komen op werk, voordat ik afdwaal – zal ik even uitleggen wat voor werk ik precies doe, om een beeld bij het praatje te geven.

1) Ik werk drie keer per week, twee uur lang, met blinde mensen in een mozaïek cursus. Toen ik er voor het eerst heenging, wist ik niet wat ik moest verwachten – hoeveel mensen zouden er zijn? Zouden we met genoeg vrijwilligers zijn? Het was echter geen probleem. Er zijn meestal zo rond de vier á vijf blinde mensen, en wij zijn nu met meer dan genoeg [vooral nu er zoveel vrijwilligers zijn bijgekomen!]. Sommige zijn echter niet eens helemaal blind en kunnen zelfstandig met mozaïek aan de slag, maar de meesten moet je wel begeleiden. Het is een hele precieze manier van werken, en ik dacht dat er niet het geduld voor zou hebben, maar het tegendeel blijkt anders te zijn – ik vind het wel rustgevend.

2) We gaan Ă©Ă©n keer per week naar een oncologie ziekenhuis, waar we [terminale] kinderen afleiding van hun ziekte proberen te geven. Ik ben inmiddels drie keer geweest – de eerste keer waren er geen kinderen, omdat ze allemaal sliepen. De tweede keer was er Ă©Ă©n jongetje, dus dat viel nog wel mee. De laatste keer was afgelopen week en toen waren er de meeste kinderen die ik tot nu toe heb gezien – vijf in totaal. In het begin dacht ik er niet zoveel over na, maar na een tijdje voelde ik me raar – ik vond het verstikkend met de kinderen en ik wilde alleen maar weg gaan. Ik wist niet waardoor het kwam, maar achteraf besefte ik dat het kwam omdat de realisatie kwam dat ik kinderen afleiding probeer te geven, van hun dodelijke ziekte. Kinderen die er dus van de Ă©Ă©n op de andere dag er niet meer kunnen zijn. Toen kwam ook de realisatie dat de kinderen niets hebben aan iemand die alleen maar medelijden met ze heeft, maar dat ze juist iemand moeten hebben die ze afleiding geeft, die met ze omgaat alsof ze gezond zijn – dus mijn nieuwe manier om met de kinderen om te gaan zal zo zijn.

Wat we dan zoal doen met de kinderen? Ann-Kathrin, een van mijn flatgenoten, kent een fantastische site waar ze allerlei leuke ideeën vandaan haalt. Zo hebben we deze week ballonnen gevuld met bloem en daarna gezichtjes erop tekende + haar van wol maakte. Toen je zag hoe enthousiast de kinderen waren en telkens meer wilde, is zo mooi om te zien.

3) De derde activiteit die ik doe, is het gaan naar een jeugdcentrum voor jongeren [zo tussen de acht en negentien jaar] en activiteiten met ze te doen. De jongeren komen uit gezinnen waar alles niet zo soepel verloopt en sommige zijn zelfs wees. Dat het niet zo makkelijk om te bedenken wat ze leuk vinden om te doen, blijkt uit dat we meestal thee drinken, met ze eten en met ze kletsen. Echte activiteiten hebben we tot nu toe nog niet gedaan, omdat het leeftijdsverschil groot is [hoewel wel duidelijk is dat ze allemaal van voetbal houden – eerste keer dat ik er kwam vroeg een jongen gelijk of ik wist wie ‘ Schneijder – Snijder’ was]. Nu er zoveel nieuwe vrijwilligers zijn, zijn we van plan om twee keer per week te gaan, en te kijken of we misschien toch bepaalde activiteiten kunnen opzetten.

Wat ik nog als laatste doe, is Engelse les geven aan universiteitsstudenten. Ann-Kathrin en Laura waren de eerste die dit deden, en op een gegeven moment vroeg ik of ik mee kon doen, en dat kon. Ik vind het best wel uitdagend om te doen, omdat het niveau van iedereen verschillend is. Normaal zijn er zo’n zeven studenten, en sommige spreken redelijk Engels, terwijl de anderen bijna geen woord kunnen zeggen. We moeten dus een soort van balans vinden voor iedereen. We zijn nu dan ook van plan om de klas in tweeĂ«n te delen, een ‘beginners’ klas en eentje voor ‘gevorderden. Ik merk dat je er wel veel van leert, niet alleen dat ik zelf mijn Engels verbeter [al hoewel ik dat eigenlijk al doe door de hele dag door Engels te spreken], maar ook dat je een soort van zelfvertrouwen krijgt. Als je de studenten iets uitlegt, en je merkt dat ze vragen stellen, geĂŻnteresseerd zijn, en nog beter, als ze het snappen, dan is dat echt tof.

En verder? Vrije tijd en algemene indrukken.

Nu ik een algemeen beeld heb geschetst van wat ik hier precies doe, wil ik nog vertellen over wat ik hier verder doe. We hebben redelijk wat vrije tijd, meestal in de avond, of elk weekend, en wat doen we dan? Vaak ga ik naar Sanko Park toe, een enorm winkelcentrum dat een beetje een ‘Europese feel’ heeft [voor degene die in Den Helder wonen, de ‘Kroonpassage’ is er niets bij;)]. Omdat het toch wel een duurdere optie is van winkelen [natuurlijk nog steeds goedkoper dan in Nederland, maar voor in Turkije nog steeds duur], ga ik ook wel eens naar de bazaar. Dit is een enorm dolhof van allerlei winkeltjes op elkaar gepropt, die van alles verkopen – van nep All Stars tot sieraden, tassen en kleding. De eerste keer dat ik er kwam, was ik overdonderd. Het was zo enorm, dat ik me niet kon voorstellen dat ik er ooit de weg zou kunnen vinden. Bovendien zijn er twee soorten bazaars – Ă©Ă©n is de nieuwe bazaar, waar je dus bijvoorbeeld de nep All Stars kunt vinden, en de oude bazaar. Deze is deels ondergronds en hier vind je allerlei handgemaakte spullen. Voordat je gaat, moet je weten dat als je iets wilt kopen, je er bijna zeker van kunt zijn dat je moet afdingen. Omdat je een yabanci bent, een buitenlander, zal de prijs minstens de helft hoger worden gegeven. Als je dat weet, dan is het een waar paradijs – elke keer dat ik er kom, moet ik mezelf beheersen om niet alles te kopen – van de sieraden tot de mooie sjaals die alleen uit Gaziantep komen. Er hangt een bijzondere geur, een mix van spijzen, hout en andere metalen, dat het ook tot een speciale plek maakt.

Verder probeer ik ook te reizen in de weekenden, wat tot nu toe wel aardig lukt. Voor de on-arrival training zijn we naar Kapadokya gereisd, wat echt prachtig was [google het maar, en je begrijpt wat ik bedoel]. Ik wil hier zeker nog een keer heen gaan – het schijnt dat je ook een balloon tocht kunt maken, en dat is al helemaal spectaculair. Verder zijn we met kerst gaan kamperen, vlak bij het plaatsje Kahramanmaras [dat wereldberoemd is vanwege de ijs die ze produceren – ik heb het geprobeerd en kan goed geloven dat het waar is]. Het leek gekkenwerk om met deze temperatuur te gaan kamperen [zo rond de vijf graden en er lag sneeuw], en ja het was koud, maar het was zeker de moeite waard.
Wat ik zeker zal herinneren, was dat, Burak, de klimleraar die mee was, ons probeerde uit de leggen dat we niet op de slaapzak moesten gaan slapen, maar in de slaapzak. Ook dat we geen alcohol mochten meenemen, omdat het gevaarlijk kon zijn [maar wat we wel deden] en dat iedereen [inclusief Burak] wijn dronk, zal ik niet snel vergeten(: - Foto’s zullen op Facebook worden gezet, zodra ik uitvind hoe dat moet! Tenslotte ben ik nog naar Sanliurfa geweest, een heel mooi plaatsje ten oosten van Gaziantep, waar ik ook veel foto’s van heb, maar die ik nog niet kan uploaden op de computer, omdat ik problemen met mijn camera heb. Er zijn ook plannen om misschien nog een keer te gaan skien [wat ik heel erg hoop!] en om vanuit Mersin [waar we JosĂ© en Marga zullen opzoeken], de boot naar Cyprus te pakken. Ook wil ik misschien graag naar SyriĂ« gaan, als dat lukt met de visa.

Om nog wat algemene indrukken te geven:

  • Tot nu heb ik al een hele hoop Turken ontmoet die, zodra ze horen dat je uit Nederland komt, zeggen dat ze familie in Amsterdam of Utrecht hebben. Of ze beginnen gebroken Nederlands te praten, waar een van mijn favoriete zinnen in ‘kijken, kijken, maar niet kopen.’
  • Als een blondine trek je aandacht. En dan heb ik het niet over een beetje, maar over veel aandacht. Iedereen staart je aan, en geeft je het gevoel dat je in het middelpunt van de aandacht staat. Als je er eenmaal aan gewend raakt, kun je het beste gewoon terug staren(:
  • Turken zijn ontzettend gastvrij. Bijna overal waar je komt wordt je naar binnen gevraagd voor thee en dan wordt er nieuwsgierig aan je gevraagd waar je vandaan komt, wat je hier komt doen [als je probeert uit te leggen dat je een vrijwilliger bent, snappen ze het meestal niet, omdat ze het woord ‘vrijwilliger’ niet kennen. Als je dan gönĂŒllĂŒ – from the heart/vanuit je hart zegt, snappen ze het wel.

We zijn bijna aan het einde van deze lange ik hoop dat ik een beetje heb kunnen laten zien hoe het er hier aan toe gaat!

Ik wil graag afsluiten met een van mijn favoriete uitspraken:

GĂŒle gĂŒle – walk away with a smile!

Liefs, Sophie.

Little by little, one travels far

Lieve allemaal,

Dit wordt de laatste update vanuit Ghana, omdat ik over twee dagen weer vertrek naar Nederland. Ik zit hier momenteel in een internet cafe in Cape Coast, met internet dat helaas niet heel erg snel is; ik wilde eigenlijk gisteren al updaten, maar toen is het internet uitgevallen. Vandaag dus even de laatste update!

Afgelopen week hebben we weer veel gedaan - we zijn weer naar Bolgatanga geweest, een stad in ten noorden van Wulugu, met Memona om de laatste spullen in te slaan voordat we zouden vertrekken. We hebben nogmaals eten voor een maand gekocht [waar je zo'n slordige driehonderd euro voor kwijt bent - eerst vond ik dat veel geld, maar als je nagaat dat veertig kinderen een maand ermee worden gevoed, is het niets]. We hebben matten gekocht voor de kinderen om op te slapen, omdat de matrasjes waar ze op liggen op de vieze vloer liggen. Verder hebben we nog Afrikaanse kleden gekocht, waarvan we kleding konden laten maken bij een kleermaakster in de buurt - het resultaat was wel iets anders dan ik had verwacht, maar erg leuk!

Nadat we alles hadden gekocht, hebben we Memona, Jennifer [de zus van Memona, die ons hielp met alles inkopen en afdingen op de markt - Memona spreekt het dialect dat in Bolgatanga wordt gesproken namelijk niet - dat is niet zo gek, want er zijn meer dan 70 [!] verschillende dialecten in Ghana] en de dochter van Memona, Suzi, mee uit eten genomen bij 'Comme ci, comme ca' - dat deden we wel vaker met Memona. Ook deze keer was het erg gezellig, vooral als Memona de aandacht van de serveerster wilde hebben, riep ze keihard 'Yo Sista'. Ik wist niet of ik me moest schamen, of dat ik moest lachen, maar ik kon eigenlijk niet anders dan het laatste doen.

Verder zijn we weer een aantal dagen in het weeshuis geweest om met de kinderen te gaan spelen, en zijn we nog een aantal keer bij Rahi, de kokkin op bezoek geweest. Gelukkig gaat het al een stuk beter met haar, en ziet ze er veel gezonder uit. Eerst wilden we een ziekteverzekering voor haar afsluiten, omdat het telkens zoveel geld kost als ze naar het ziekenhuis moet, maar gelukkig is er al eentje voor haar in de maak. Ik ga nog steeds met de motor heen, en af en toe denk ik echt 'Sophie, wat doe je in godsnaam?', omdat je zonder helm met zo'n vijftig kilometer per uur de weg afraast. Toch heeft het elke keer weer een bepaalde kick, en vind ik het heerlijk om naar alle mensen te zwaaien die ik zie als ik voorbij rijd.

In het weekend zijn we weer naar Tamale gegaan en hebben we alle markten afgestruind op zoek naar souveniers - iets wat nog best wel lastig was. Op de gewone markt konden we niets vinden, behalve dan de vele geuren die je tegemoet komen en de smalle paadjes waar je doorheen loopt, en je voorzichtig moet zijn dat je tegen niemand opbotst. Eindelijk zijn we bij een 'Art and Craft' markt aangekomen, speciaal voor toeristen. We wilden daar eerst niet heengaan, juist omdat het zo toeristisch is, maar de prijzen bleken heel redelijk waren - als je tenminste weet hoe je moet afdingen. Ze vragen meestal de dubbele prijs van wat het werkelijk is, dus als je een beetje bluft (dus zeggen dat je het ergens anders goedkoper hebt gezien, of dreigen met weglopen), zullen ze hun prijzen wel verlagen.

Ik vind het heerlijk om in de weekenden te kunnen reizen, maar ik vind het toch altijd weer het fijnste als ik terug kan gaan naar mijn gastgezin. Ik vind daar echt een soort van rust, omdat je daar een bepaalde routine hebt [wakker worden door de haan, een bucket bath nemen, langzaam gaan ontbijten, naar het weeshuis gaan, als je terug bent een bucket bath nemen, even lezen, avond eten en dan kaarten/kletsen met iedereen enzovoorts).

Om te vieren wat voor werk we hebben verricht, hebben we vrijdag voor de hele familie pannenkoeken gebakken ( en dan bedoel ik ook voor een man of twintig. Het leuk is dat ze hier nog nooit pannenkoeken hebben gegeten). Tegen een uur of drie zijn we begonnen, en drie uur later en zo'n negentig pannenkoeken later, zaten we met zijn allen aan tafel. Cola, Sprite en Fanta erbij, iedereen was lekker aan het eten. Op zich is het al heel bijzonder dat zoiets kan worden georganiseerd, want normaal eet iedereen alleen - het voelde eigenlijk alsof ik weer even in Nederland was, met al die mensen om me heen.

Op maandag hebben we nog een afscheidsmaal gehad, deze keer door Memona georganiseerd. Toen we terug kwamen van het weeshuis, lagen er in onze kamer twee mooie jurken die zij zelf heeft gemaakt. Speciaal voor die avond. S'avonds zaten we met een klein gezelschap (een man of tien) rond de tafel, waar we lekker rijst aten en gewoon genoten van elkaars aanwezigheid. Op een gegeven moment haalde Memona een stuk papier uit haar tas, en zei ze dat ze een speech wilde geven voor Gabrielle en ik. Om het verhaal kort te maken, bedankte ze ons uitvoerig voor wat we hadden gedaan voor het weeshuis, en ook voor haar gezin (met een heleboel 'God bless you, double double' en 'Thank you'). Het was ontroerend om te zien dat ze ons zo mooi bedankte, en toen ze emotioneel werd, kon ik het ook niet meer droog houden. We sloten af met een gebed van 'Teacher Peter', een man die in het tweede huis van Esti woont - ook weer erg mooi.

De volgende dag was het afscheidsfeest voor de kinderen van het weeshuis. We gingen al vroeg heen, omdat we een beetje op tijd uit Wulugu weg wilde gaan om naar Tamale te gaan. De kinderen kregen rijst met vis, koekjes, toffee, cola, kauwgom enzovoorts, wat ze helemaal geweldig vonden. Het was wel even een klus om iedereen op de banken te krijgen (en om uit te zoeken wie nu wel of niet in het weeshuis hoort, omdat kinderen constant naar binnen en naar buiten lopen) - maar toen ze allemaal zaten, was het heerlijk om al die lachende kopjes te zien! Ook toen we hier weg moesten gaan, vond ik het wel moeilijk - de meeste kinderen begonnen te huilen en riepen dat we niet moesten gaan, en omdat ik aanvankeljk iedereen apart gedag wilde zeggen, heb ik dat maar niet gedaan - anders zou het alleen maar emotioneler/moeilijker worden.

Nu, drie dagen later zijn we nog steeds in Cape Coast, in een fantastisch hotelletje waar we letterlijk aan het strand liggen. Gisteren hebben we heerlijk op het strand gelegen, lekker gegeten en een beetje de stad verkend. Vandaag was de indeling een beetje hetzelfde, op het strand liggen, naar het Cape Coast Castle om een rondleiding over de slavenhandel te krijgen (helaas niet erg aan te raden, de gids spreekt wel Engels, maar ontzettend slecht te verstaan). Toch wel even de moeite om binnen te lopen, want het is een mooi kasteel en ook als je in de (ondergrondse) gevangenissen staat, is het wel beklemmend - om te weten dat hier twee, driehonderd jaar geleden duizenden slaven hebben gezeten. Vanavond gaan we terug naar Accra, misschien nog naar de bioscoop en dan morgen op naar huis.

Het is een raar idee dat ik nog maar een dag in Ghana heb; zaterdagavond vlieg ik alweer terug naar huis. Voordat ik naar Ghana ging, had ik het idee dat vijf weken echt lang waren - meer dan een maand weg uit Nederland. Nu, vijf weken later, blijkt niets minder waar te zijn - de tijd is hier omgevlogen [ondanks de 'Afrikaanse tijd':)]. Ik zou nu willen dat ik meer tijd had om hier te blijven en nog veel meer te doen, te reizen, ervaren en zien. Het zijn vijf intense weken geweest, met soms wat mindere momenten, maar ook talloze mooie momenten die ik niet snel zal vergeten. Wel weet ik een ding zeker, en dat is dat ik nog een keer wil terug keren naar Ghana.

Liefs, Sophie.

Painting and more!

Lieve allemaal,

Inmiddels is het alweer ruim een week geleden sinds ik voor het laatst mijn blog heb geupdatet, dus ik vond dat het maar weer eens tijd werd. Deze keer wordt hij echter niet zo lang, omdat ik niet zoveel tijd heb en het echt veel werk kost om er een goed verhaal van te maken [als je het per dag vertelt kost dat onzettend veel tijd]. Ik ben bang dat ik weer geen tijd zal hebben om er foto’s op te zetten, dus ik ga proberen zo goed mogelijk weer een indruk te geven!

Vorige week hebben we een behoorlijk drukke week gehad, omdat we eindelijk zijn begonnen met het weeshuis op te knappen. We hebben verf gekocht, licht roze en licht blauw, waarmee we de muren aan de binnen en buitenkant zijn gaan verven. We hebben het gebouw in tweeen gedeeld – de bovenste helft is blauw geschilderd, en de onderste helft is roze geschilderd. Buiten hebben we hetzelfde gedaan, en hoewel het best een pittige klus was [in de brandende zon], was ik erg tevreden en voldaan toen we het afhadden. Natuurlijk hebben we wel hulp gekregen van de kinderen, die gezellig mee hebben lopen kliederen, en wat af en toe voor flink was ruzie zorgde [het is eigenlijk gewoon niet voor te stellen dat je om een verfkwast ruzie kunt maken, maar iedereen is aan de beurt gekomen. Om het helemaal af te maken, hebben we aan de buitenkant N.C.C. gezet [Nabari Child Care] en aan de binnenkant hebben we al helemaal iets moois ervan gemaakt. Daar hebben we Nabari Child Care Home volluit opgeschreven en daaronder een citaat vanuit de bijbel. Het geloof speelt hier een belangrijke rol, dus daarom heeft Gabrielle een hele mooie citaat uitgekozen – And Jesus said: “Let the children come to me, and don’t stop them.” – Mattheus 19; 13-15. Ook dit was een klus om erop te zetten [met de verfkwasten lukte dat niet helemaal omdat die te groot waren, dus we hebben het maar met onze vingers gedaan], maar zowel de kinderen als de bewoners waren enorm enthousiast toen ze zagen dat het af was. Echt mooi om te zien!

Verder hebben we tafels en banken gekocht voor de kinderen, waar ze aan kunnen kleuren en eten – ze mochten ze ook zelf schilderen [roze en blauwe], en ook dat vonden ze erg leuk om te doen. We moesten wel een aantal keer zeggen dat de banken waren om op te zitten en de tafels alleen waren om aan te eten [dus niet om op te zitten], maar ik denk niet dat het veel effect zal hebben(: Ook hebben we voor de kinderen een ezel gekocht met een kar [we zijn weer naar de markt in Bolgatanga gegaan en daar heeft de zus van Memona ons geholpen met een sterke ezel uit te zoeken], zodat het makkelijker voor ze zal worden om water te gaan halen. Nu moeten ze namelijk vijfhonderd meter lopen met zware bakken op hun hoofden [ik weet nog steeds niet hoe ze die perfecte balans weten te vinden].

Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik merk dat ik me aan de kinderen begin te hechten. Je kent niet al hun namen, omdat je niet precies weet welke kinderen in het weeshuis horen en welke niet [aangezien iedereen hier bij iedereen binnen loopt], het maakt eigenlijk ook niet echt iets uit. Ze hebben allemaal aandacht nodig, en het is ontzettend mooi en leuk dat je die aan ze kunt geven. Vorige week hebben we bijvoorbeeld ‘zakdoekje leggen’ gespeeld, en ze vonden dat prachtig, begonnen mee te zingen [al kenden ze de woorden niet en spraken ze het allemaal verkeerd uit]. Wat ik het leukste vind, is als ik een op een met een kind kan zijn. Dat de andere kinderen even met iets anders bezig zijn, en dat je al je aandacht aan het kind kunt geven. Dat je hem/haar bij je neemt; de tijd neemt om even met hem/haar te praten [als dat lukt, want de meeste kinderen kunnen maar een beetje Engels] of een liedje met ze te zingen [Papagaaitje leef je nog is een favoriet(:], echt heerlijk is dat. Wat nog steeds moeilijk blijft, is dat je niet lievelingetjes krijgt – sommige kinderen hebben meer aandacht nodig dan de anderen, of zijn altijd op de voorgrond, waardoor je soms de andere kinderen vergeet die op de achtergrond blijven. Ik probeer mijn aandacht zoveel mogelijk te verdelen en alle kinderen evenveel aandacht te geven.

Ook in het gastgezin heb ik inmiddels mijn plaats gevonden, wat een erg fijn gevoel geeft. Vooral de ochtenden vind ik heerlijk, omdat ik een goede routine heb gevonden en daar nu aan gewend ben. S’ochtends word ik wakker door de haan, val nog even in slaap en tegen een uur of zes word ik langzaam weer wakker. Dan blijf ik nog even liggen, en ga dan aan het ontbijt – gebakken brood met een ei en een kopje thee met heel veel suiker [wat ik thuis eigenlijk nooit neem]. Vervolgens neem ik een bucket bath, wat ik nog steeds echt heerlijk vind om te doen, en dan na wat lezen en schrijven, maken we ons klaar om naar het weeshuis te gaan, of naar de markt.

Met de kinderen, Peter en Prosper, kaarten we s’avonds vaak nog – dan komen er ook allerlei vrienden binnen lopen die mee willen doen. Het spel dat we spelen heet ‘Meppen’ – een spel dat door Gabrielle is bedacht. De bedoeling is dat je allemaal een stapeltje kaarten krijgt [die je niet mag zien] en er dan telkens eentje op de stapel gooit. Als iemand een boer neer gooit, moet de volgende speler een kaart neerleggen en als die kaart een getal is, dan mag degene die de boer heeft opgegooid de stapel pakken. Bij een vrouw moet de volgende speler twee kaarten neergooien, bij een heer diie en bij een aas vijf. Als een van de kaarten die je op moet gooien een boer, heer of vrouw bevat, dan ‘blokt’ hij de vorige kaart, en moet de volgende speler dat aantal kaarten neergooien. Als er een dubbele kaart wordt opgegooid, twee vieren bijvoorbeeld, moet je je hand neerslaan en ‘Meppen’ roepen – vandaar dus de naam. Het is een heel simpel spel, maar erg leuk om te spelen, omdat Peter en Prosper het snel doorhadden en vrienden het ook snel leren – wat grappig is om te zien is dat iedereen even fanatiek is. Ze doen alles om te winnen en worden boos als het niet lukt [niet attijd, maar Prosper wel een paar keer]. Na een paar avonden werden we het echter wel een beetje zat om atlijd maar Meppen te spelen [ze wilden geen ander spel meer spelen, dat laat zien hoe verslavend het is] en glipten we er af en toe tussenuit om even iets anders te gaan doen of een dropje te nemen [dat is wel een van de dingen die ik echt mis uit Nederland].

De avonden vullen we dus met kaarten, schrijven, lezen en we zijn vorige week ook een keer voetbal gaan kijken met een stel andere vrijwilligers. In het dorp hebben ze twee tv’s neergezet, met ieder een andere wedstrijd, en dan sta/zit je daar met zijn allen te kijken. Het is echt raar om mee te maken, een man of dertig voor twee schermen, maar wel heel grappig!

Nog wat andere dingen die zijn gebeurd, is dat een half broer van Estii, onze gastvader, is overleden na een motorongeluk. We waren met Memona in Bolgatanga toen we het hoorden, en hoewel we zagen dat ze verdrietig was, liet ze het niet echt merken. Ze werd alleen wat stiller, maar ze begon niet te huilen. Zo gaat dat hier vaker, want de grootvader van Azshimi, een van de meisjes die bij ons inwonen, was die week ook overleden, en toen zijn we vrijdag naar de begrafenis gegaan. Hoewel het een begrafenis was, voelde het niet aan als een begrafenis, maar meer als een familie reunie. De mannen en vrouwen zaten apart, en overal liepen kinderen rond. Ik heb niemand zien huilen of rouwen, en dat voelde best wel vreemd aan – weer een van de vele verschillen tussen de culturen van Nederland en Ghana.

Na de begrafenis van de grootvader van Aszhimi, zijn we nog even naar het weeshuis gegaan, omdat we de kinderen anders een paar dagen niet zouden zien vanwege het weekend. Toen we daar aankwamen, bleek het dat Rahid of Cookie, de kokkin van het weeshuis er niet te zijn. Ze bleek thuis te zitten en te rouwen, omdat haar kleindochter was overleden. Ook bleek de halfbroer van Estii die is overleden, een broer van haar te zijn – ik blijf het ongelofelijk vinden dat hier iedereen familie van elkaar is/blijkt te zijn. Dat zijn dus twee sterfgevallen binnen een korte tijd bij haar. Gabrielle en ik wilde haar gaan condoleren, dus we zijn naar haar toe gegaan. Toen we het hutje binnenkwamen zagen we haar bezweet op de grond liggen en moeilijk adem halen. Ze had een opgezwollen keel [dat me nog niet eerder was opgevallen] waar een tumor in bleek te zitten die volgende maand zou worden weggehaald. Ze zei echter ook dat ze pijn op haar borst had, en dat ze hartkloppingen had. We schrokken er best wel van, maar wisten niet precies wat we moesten doen – was ze zo verdrietig dat ze daar hartkloppingen van kreeg, of was er echt iets aan de hand? Uiteindelijk zijn we terug gegaan naar de begrafenis, waar we met Memona hebben gepraat, en nadat zij had gebeld met Rahid, besloten we om naar het ziekenhuis te gaan. Omdat

Rahid geen ziekteverzekering heeft [geen geld ervoor], moest ze alles zelf vergoeden – dat hebben wij in dit geval gedaan. Terug uit het ziekenhuis bleek dat Rahid een hartaanval heeft gehad [dat zei Memona, maar ik weet niet precies hoe het is gegaan], bleek dat alles in orde was en heeft ze medicijnen gekregen. Deze gebeurtenis heeft me wel echter weer doen realiseren hoe goed we het maar hebben in Nederland, waar iedereen is verzekerd. Hier hebben mensen zoals Rahid het geld er gewoon niet voor, en het is best wel heftig om daarmee geconfronteerd te worden – omdat je dan pas de echte armoede ziet. We willen ook gaan kijken of we niet iets van een verzekering voor haar kunnen afsluiten, omdat de kinderen van het weeshuis er een hebben voor een jaar – iets dat andere vrijwilligsters voor ze hebben geregeld.

Om over te gaan naar een lichter onderwerp, zijn we dit weekend naar Mole National Park geweest, wat de attractie van Ghana scheen te zijn. Het stond goed aangeschreven in de Bradt [een reisgids die onder andere de highlights van Ghana weergeeft] en tijdens de introductieweek werd er ook veel over verteld. We waren eigenlijk van plan om er van zaterdag tot dinsdag te blijven, maar we zijn op maandag al weggegaan, omdat het tegenviel. We zijn twee keer op safari geweest, een keer met de jeep [boven op het dak konden we zitten en dat was wel gaaf] en een keer lopend. We moesten dichte schoenen aan, omdat we door de modder en water moesten lopen [mijn All Stars zijn nu dus echt goed verpest]. We hebben alleen bijna geen dieren gezien, afgezien van een olifant in de verte, antilopes en aapjes – het is namelijk regenseizoen, waardoor de dieren zich minder laten zien. We hadden er misschien teveel van verwacht, maar het viel echt wel een beetje tegen. Toch was het weer even fijn om met de andere vrijwilligers te zijn, bij te kletsen en gewoon lekker te ontspannen. We zijn op maandag ochtend vroeg vertrokken met de metro bus [wat ik niet kan aanraden] en hebben de laatste nacht in Tamale doorgebracht, waar we nog in een internet cafĂ© zijn geweest met heerlijk snel internet en hebben de supermarkt geplunderd [ik heb daar een Twix gekocht, en die heeft echt nog nooit zo goed gesmaakt(:].

Volgende week is alweer de laatste week in Ghana, de tijd gaat snel voorbij. Ik denk dat het afscheid nog best wel lastig gaat worden, vooral met de kinderen van het weeshuis, en daarom willen we nog een afscheidsfeestje geven. De kinderen waren niet te enthousiast over een stel Duitse vrijwilligsters die hiervoor waren gekomen, omdat ze geen afcheidsfeest hadden gegeven en omdat ze rookten – wat hier als not done wordt beschouwen, vooral als een vrouw het doet – aan ons de taak om er een goed feest van te maken! We gaan een paar dagen eerder weg, zodat we nog naar Cape Coast kunnen gaan, wat een paradijs aan het strand schijnt te zijn, maar ik zal na Mole mijn verwachtingen niet te hoog inzetten!

Toch wel weer een lang verhaal geworden, er is ook gewoon zoveel te vertellen! Ik kan niet alles in een blog weergeven, dus ik houd het hierbij voor gezien en tot de volgende blog!

Liefs, Sophie.

The African way of life

Lieve allemaal,

Ten eerste dank jullie wel voor de reacties, vond ik erg leuk om te lezen! Het is inmiddels al weer meer dan een week geleden sinds ik voor het laatst heb geupdatet, dus het wordt weer eens tijd! Ik heb een boel te vertellen, dus ik denk dat het een behoorlijk lange update gaat worden. Ik was gisteren in Bolgatanga, een stad ten noorden van Wulugu, waar ik het weekend heb doorgebracht. We hadden daar een internet cafĂ© gevonden, en ik was bijna klaar met updaten, toen mijn computer uitviel. Ik was ontzettend gefrustreerd, maar toen dacht ik bij mezelf; we hebben hier alle tijd van de wereld, en updaten kan altijd later nog. Ik ben me dus al echt aan het inburgeren in de Afrikaanse levensstijl – no worries, everything will come by it’s time. Ik ga alles gewoon per dag vertellen, want zo is het zowel voor mij, als voor jullie overzichtelijk – enjoy!

Vrijdag 8 oktober [Accra – Tamale]:De wekker ging al ontzettend vroeg, om drie uur al – uitslapen was er dus helaas niet bij! We moesten zorgen dat we om vier uur buiten stonden bij het Pink Hostel [waar we verbleven met alle vrijwilligers in Accra\, met al onze bagage. De avond van tevoren hadden we al afscheid van de andere vrijwilligers genomen, want er ging maar een groep van negen mensen naar het noorden toe. Om vier uur stonden we dus keurig buiten te wachten – en we vertrokken pas om kwart over vijf. Alles gaat hier volgens Ghanese tijd, dus als ze vier uur zeggen, dan kunnen ze makkelijk half vijf bedoelen. De chauffeur moest eerst zichzelf netjes gaan omkleden, dan nog even de auto wassen – en toen reden we weg uit Accra, richting de ‘rimboe’. De reis duurde lang en verliep niet altijd even voorspoedig, door wegblokkades, of slechte wegen. Toch vond ik dat niet erg, want de omgeving waar je doorheen reed, is prachtig. Langs hele stukken regenwoud [met een opkomende zon], en overal lopen er locals [velen met allerlei spullen op hun hoofd balancerend, hoe ze het doen weet ik nog steeds niet!] langs de weg, die naar je zwaaien en je vriendelijk begroeten. Na een reis van ruim veertien uur [het was inmiddels al tegen zevenen in de avond], vroegen we ons af of we er nu zouden zijn. Wij vroegen het dus aan de chauffeur, die elk half uur zei, ‘we’re nearly there’ en dan was het weer een uur verder. Hij werd steeds zenuwachtiger, wat ik wel zielig en grappig vond, omdat de meeste mensen hier erg relaxed zijn. Tegen negenen kwamen we toen eindelijk aan in Tamale, gingen we nog even iets eten [waar niemand echt zin in had, maar de chauffeur moest toch eten] en werden we naar ons hostel gebracht. We doken gelijk ons bed in en vielen al snel in slaap.

Zaterdag 9 oktober [Tamale – Wulugu]: We moesten weer vroeg uit de veren, want we zouden naar SYTO worden gebracht, waar we eerst onbijt zouden krijgen, dan een taalles in het Mampruli, de taal die hier wordt gesproken, en dan naar onze gastmoeder. Ik was best wel een beetje zenuwachtig, want ik wist dat dit de laaste dag was waarop we met alle vrijwilligers samen waren. We werden buiten begroet door een vrolijke mollige Ghanees, die zichzelf voorstelde als Razack en hij bracht ons naar het hoofdkantoor. Na een lekker ontbijt van thee en omelet met brood, was het tijd voor onze taalles. We leerden dat je ‘Dasuba = Goedemorgen’ gebruikt en dat dan iedereen ‘Naaa’ zegt, wat een antwoord is op ongeveer alles dat ze in het Mampruli zeggen. ‘Dinjawoela [ik weet helaas niet hoe ik het schrijf] = hoe gaat het?’ beantwoordt je met ‘Alafia [uitgesproken als I love you] = Het gaat goed/prima]. Tegen tien uur was het dan tijd; ik, Gabrielle [het meisje met wie ik samen zit], Zoey en Anna-Lina [die in Du zitten] werden naar het tankstation gebracht, waar we nog water en WC papier kochten [je weet niet of je het nodig zult hebben!]. Na een kwartier kwam ze dan aanlopen; een mooie vrouw in typische Afrikaanse kleding, die een erg rustige en sterke persoonlijkheid uitslraalde. Ik wilde haar een hand geven, maar in plaats daarvan, omhelsde ze me warm en stelde zichzelf voor als Memona. We reisden per trotro [een busje waar meestal meer dan twintig mensen inzitten – erg op elkaar gepropt dus] naar Wulugu. Daar kwamen we aan in een gezellig dorpje, waar je overal vriendelijk werd begroet door kinderen die ‘how are you?’ riepen. Het huis van Memona ziet eruit als volgt; je komt op een binnenplaats, waar de keuken is [een ronde cirkel met potten en pannen], de ruimte waar je een bucket bath kunt nemen [die je gelukkig kunt afsluiten door een stuk hout ervoor te zetten [niet veel privacy] en de WC. Dat was wel even schrikken, want denk je in; een donker hok, met spinnen en dan een gat in de grond waar je boven moet hurken, inclusief kakkerlakken en maden. Toch raak je daar snel aan gewend, en we zullen maar zeggen; oefening baart kunst(: Wij hadden een eigen kamer met electriciteit en een ventilator, best wel luxe dus! We ontmoetten daarna de rest van de familie; Estii, de man van Memona, die 67 is en een jaar of twintig ouder dan Memona. Dan de twee zoontje, Peter en Prosper [7 en 11] en nog drie nichtjes van Memona;, Doris, Patience en Azshimi [alledrie 18]. Snel daarna gingen we eten [rijst met kip - dat we bijna elke avond zouden krijgen, maar wel erg lekker is] en daarna gingen we naar een video avond van de meiden. Dat was echt heel erg grappig, want stel je voor; je hebt een tv met een of andere slecht te verstane Ghanese film en dan zitten daar meer dan vijftig mensen voor. Geweldig! We gingen vrij snel daarna terug want we waren doodop. We sliepen buiten onder de sterrenhemel, omdat het binnen te warm was en wat een erg leuke ervaring is. Overal hoor je mensen nog praten, luide muziek verderop en de talloze vogels, en zo val je langzaam in slaap..

Zondag 10 oktober [Wulugu]: Als je dacht dat je in Ghana kunt uitslapen, heb je het mooi mis. Om half vijf werden we gewekt door de haan en rond zes uur was iedereen al in de weer. Na een ontbijt van thee en omelet, namen we een bucket bath [eerste keer en het is ontzettend lekker – ik zou nooit kunnen denken dat je met een emmer water zowel je lichaam als je haar kunt wassen, en dan nog water overhebben!]. Omdat het zondag was, ging de hele familie naar de kerk. Eerst ging Memona met de nichtjes bidden, en daar zaten Gabrielle en ik ook bij. Pas als je een van de kamers binnenkomt, valt het je pas op hoe gelovig dit gezin is – aan de muren hingen prenten van Jezus en lagen bijbels. Wij gingen eerder met Memona, want zij heeft een belangrijke positie binnen de kerk. Zij ging alvast voorbereiden en Gabrielle en ik werden buiten in de youth class neer gezet [een klas voor achttien jaar en ouder, waarbij je discussiert over het feit of God wel of niet bestaat]. Howel ik niet gelovig ben, zei een man dat als je overal om je heen kijkt, alles een mirakel lijkt – het bewijs dat God bestaat – en ik vond dat hij wel een punt had en dat het mooi is hoe deze mensen redeneren. Vervolgens gingen we de kerk in, en na een hele tijd bidden en preken, kwam de kerk tot leven. Het kerkkoor begon te spelen en iedereen begon te dansen door de kerk. In het begin wist ik niet goed of ik mee moest doen, maar iedereen danste en het werke zo aanstekelijk dat ik ook heb meegedaan. Er waren mensen die alleen dansten, met hun ogen dicht, handen in de lucht en huilden [iedereen mag op zijn eigen manier zijn geloof uiten] – het is ongelofelijk om mee te maken en heel bijzonder om te zien dat ze zich zo aan het geloof overgeven. Na een paar lange en intensieve uren [je wordt echt moe van het dansen!], kwam iedereen bezweet de kerk uit en praatte nog even na. S’middags, na het middag eten, gingen we naar Nabari toe, waar het weeshuis zich bevindt. Ik wist niet hoe we er zouden komen, maar blijkbaar zouden we met de motor worden gebracht – dus hup achterop en karren maar. Ik zou zoiets thuis nooit doen, maar het is hier de normaalste zaak van de wereld en ik genoot ervan! De weg ernaartoe is ook weer prachtig, en als je in Nabari komt, heb je het gevoel dat je terug bent gegaan in de tijd. Daar kun je maar even op letten, want daarna kwamen er veertig kinderen op je afstormen, roepend ‘hello and welcome madame!’. Als je dat nog nooit heb meegemaakt, is het erg overweldigend, maar ook leuk, omdat je je erg welkom voelt. We ontmoetten de kokkin ook, die altijd bij de kinderen blijft en voor ze zorgt [respect voor haar] en de oude mensen bij wie de kinderen wonen. Het weeshuis bestaat pas sinds anderhalf jaar en Memona is degene die het heeft opgezet, nadat er in een familie die ze kende, vijf wezen waren. Nu zijn het er meer dan veertig, en probeert ze de kinderen te onderhouden, door af en toe iets van eten te brengen. Het weeshuis heeft geen vaste plek, dus waar ze nu wonen is tijdelijk. Op de binnenplaats bevond zich de kookplaats [vergelijkbaar bij Memona thuis], er was een slaapkamer voor de jongens, de meisjes [met een paar vieze matrassen], een opslagplaats, woonruimte voor de bewoners en verder niets. Geen tafels, stoelen, banken, kledingkasten, speelgoed, niets. Ik denk dat het door de hete zon en de shock kwam, want ik werd misselijk. Ik ben daarna terug gebracht naar Wulugu, waar ik gelijk ben gaan slapen. S’avonds was het niet veel beter, dus we zijn naar het ziekenhuis gegaan. Memona duwde daar langs iedereen heen [dat laat dus zien dat ze niet over zich heen laat lopen], en eiste dat ik aan de beurt zou zijn. Na onderzoek bleek dat ze pas de volgende dag kunnen kijken of ik malaria had [waar we bang voor waren][. Ik moest voor nu maar rust houden, en vroeg gaan slapen, wat ik ook heb gedaan.

Maandag 11 oktober/Dinsdag 12 oktober/Woensdag 13 oktober [Wulugu]: Ik voeg deze paar dagen samen, omdat ik ziek ben geweest en alleen maar veel heb geslapen – er is dus niet veel gebeurd en anders zou het wel erg lang worden. Memona en Gabrielle zijn wel naar Bolgatanga gegaan en hebben daar onder andere een heleboel eten voor de kinderen in het weeshuis gekocht. Ik ben maandag terug gegaan naar het ziekenhuis en uit ondezoek bleek dat ik geen malaria had, alleen ziek was. In de dagen daarna heb ik het erg moeilijk gehad en heb ik er zelfs aan getwijfeld of het niet beter zou zijn of ik naar huis zou gaan. De tijd ging hier erg langzaam en alles was moeilijk. Nu ik erop terug kijk, weet ik gewoon dat het een kwestie van wennen was en dat iedereen het wel moeilijk had. Ik moest leren om door te zetten en bovendien waren er andere vrijwilligers,die het veel zwaarder hadden [bijvoorbeeld geen electriciteit]. Er is ook een meisje die hier voor acht maanden zal blijven, en zij heeft het erg zwaar. Ik kan me niet voorstellen dat je acht maanden hier kunt blijven, en in vergelijking daarmee, is vijf weken appeltje eitje. Ik ben dus erg blij dat ik mezelf heb herpakt en nu vollop aan het genieten ben [en dus ook volgens de ‘Ghanese tijd’ leer leven.

Donderdag 14 oktober [Wulugu]; De eerste dag dat ik me weer goed voelde en naar het weeshuis wilde gaan. Ik heb eerst eindelijk wat kleren kunnen wassen, en werd raar aangekeken omdat ik het niet ‘goed’ – het moest hardhandiger. Daarna vertrokken we op de fiets naar het weeshuis, en wat een eind is dat zeg! Als je me nu zou vragen wat ik het zwaarste vind, is dat het fietsen [in de hitte en dan een uur lang]. Toen ik daar aankwam, stormden weer allerlei kinderen op me af, maar nu vond ik het juist leuk. Een paar kinderen wilde gaan fietsen, dus hup, op de fiets, met mijn hulp erbij en dan fietsen maar! Erg tof! De kinderen zijn ontzettende lieverds, een en al lachen. Er was een jongetje Nambi, en die leek in het begin erg schattig, maar hij slokt al je aandacht op. Als een ander kind even de aandacht krijgt, wordt hij woedend en begint hij te huilen. Aan de ene kant is dat wel schattig om te zien, maar aan de andere kant ook zielig – dan merk je pas hoe de kinderen aandacht van je willen hebben. Een aai over de bol, een lach, met alles zijn ze blij. En hoe moet je die aandacht verdelen? Wat moet je precies doen met veertig kinderen, die je allemaal evenveel aandacht wilt geven? Dat is wel erg lastig, maar uiteindelijk hebben we spelletjes gedaan en liedjes gezongen [Papagaaitje leef je nog is erg populair(:]. Het feit dat je daar alleen al bent, is genoeg voor de kinderen. Ik heb mijn verwachtingen wel wat moeten bijstellen, en ik ben nu ook blij met wat ik ze kan geven. Terug naar het verslag, ik dwaal een beetje af. We zijn die dag ook nog naar de chief geweest, die we geld moesten brengen [waarom eigenlijk weet ik niet] en een heleboel geklets in het Mampruli moesten aanhoren –wat we dus niet verstonden. Daarna nog even langs de chief queen [die gelukkig niet thuis was, dus daar waren we snel weg!] en daarna weer terug naar Wulugu. S’avonds kwam Memona bij ons zitten tijdens het eten, wat ik erg leuk vond, aangezien hier iedereen apart eet. Ze gaf een hele dankbetuiging over wat we allemaal hadden gedaan en thank the lord, bless you double double.Ik wist niet goed hoe ik moest reageren, maar ik vond het wel ontroerend. Memona is een ontzettend lieve en sterke vrouw en ik kan niets anders dan een heleboel respect voor haar voelen. S’avonds hebben we nog gekaart met de jongens [vooral Peter, de oudste vind het erg leuk en is erg fanatiek – heel grappig om te zien!] en daarna gingen we slapen. Nu ik weer helemaal ‘beter’ ben, merk ik dat ik steeds meer contact met de familie krijg en ze beter leer kennen – wat ik echt heerlijk vind!

Vrijdag 15 oktober [Wulugu]: Deze dag hebben we voor een groot deel op de markt in Walewale doorgebracht met Memona. Al om half negen gingen we heen, en ik dacht dat we binnen een uur of twee wel zouden terug zijn. Niet dus. Tegen twaalven waren we eindelijk terug, want op de markt ging het zo; We moesten spullen voor in het weeshuis hebben, dus we gingen verfrollers kopen om het weeshuis te gaan verven. Die bleken ze niet te hebben, dus jammer maar helaas. Memona kent echt iedereen hier, dus ze moest nog even een praatje maken met die, en die en dan moest je jezelf ook weer even voorstellen en nog even dit en dat doen. Ik werd er een beetje moe van en wilde snel naar het weeshuis gaan, maar toen bedacht ik me dat alles hier volgens Ghanese tijd gaat [dus heel erg rustig en op je gemak] en dat ik dat vergeten was. No worries. Dat heb ik dus ook gedaan, en dan merk je dat je ook veel makkelijker kunt genieten. In Nederland gaat alles altijd volgens agenda’s en gaat alles om tijd. Hier is dat niet zo, en hoewel ik het moeilijk vond om de ‘tijd los te laten’, gaat het wel steeds makkelijker. S’middags zijn we weer naar het weeshuis gegaan [ik per motor, alleen moesten we al snel weer terug, omdat we met de eerste motor een enorme slip maakten [niemand gewond]] en weer lekker genoten van de rit. We hebben happertjes gemaakt met de kinderen, waar ze helemaal enthousiast over waren, geweldig! S’avonds zijn we met Doris, Patience, Aszhimi, Peter en Prosper ergens iets ‘gaan drinken’ – in een tentje met veel te luide muziek en op plastic stoelen, maar het was erg gezellig en leuk om te zien dat ze genoten van de aandacht en van het feit dat ze uitgingen!

Zaterdag 16 oktober/Zondag 17 oktober: Het afgelopen weekend zijn we met een aantal andere vrijwilligers [Zoey, Anna-Lina en Kristin] naar Bolgatanga gegaan om er even tussenuit te zijn. Zaterdagochtend kwam iedereen naar Wulugu toe en per trotro zijn we naar Bolgatanga gereisd. Het was heerlijk om even iedereen te spreken en even bij te kletsen, en gewoon even weg te zijn van het normale Afrikaanse leven. Het bleek dat de andere vrijwilligsters het ook behoorlijk lastig hadden, vooral Anna-Lina en Zoey. In het dorpje waar zij zitten is geen electriciteit, en ze kunnen niet eens water kopen! De gastvader is wel aardig, maar de gastmoeder schijnt niet erg warm te zijn [Ghanezen worden normaal als erg warm omschreven en uit mijn ervaring, weet ik dat het zo is]. Verder worden ze door iedereen aangestaard en spreekt er bijna niemand Engels – het lesgeven gaat dus erg moeizaam. Toch genieten ze wel en passen ze zich langzaam bij beetje aan. Ik realiseer me dan wel weer dat ik een ontzettende mazzel heb met mijn gastgezin en dat ik het nog erg luxe heb vergeleken met anderen. Tijdens het weekend zijn we naar Paga gegaan waar we naar een krokodillen resort zijn gegaan [ik heb dus op een krokodil gezeten – foto’s om het te bewijzen kan ik nu helaas niet uploaden, omdat ik al mijn tijd in de blog steek]. Verder hebben we weer heerlijk ‘Westers’ gegeten, waar je wel naar verlangt na een week van alleen maar rijst en spaghetti – als je het niet hebt dan merk je pas wat je mist – en gewoon lekker ontspannen. Verder was er nog de mislukte internetpoging [but no worries(:] zijn we gisteren weer per trotro terug gereden [ik wil even zeggen dat ook al leven we als locals, we nog steeds toeristen zijn – de chauffeur wilde ons veel meer rekenen dan nodig was – omdat we Westers zijn en blank en dus rijk zijn]. Het was eigenlijk ook wel weer lekker om terug te zijn en gewoon weer terug te zijn in Wulugu!

Ik houd het hier voor gezien, want mijn vingers zijn moe van het typen [op een krakkemikkig toetsenbord krijg je dat ook!] en ga zo lekker weer terug naar Wulugu om te gaan eten. Deze week gaan we verder met het weeshuis schilderen [vandaag zijn we daarmee begonnen] en komende weekend gaan we naar Mole National Park [het grootste nationale park van Ghana] en ga ik op safari! Ik zal proberen zo snel mogelijk weer te updaten, waarschijnlijk of deze week, of anders volgende week woensdag, als ik weer terug ben. Voor nu;

Veel liefs,

Sophie

Oburoni and Obibini

Hee!

Dit word dus mijn eerste officiele blog vanuit Accra, de hoofdstad van Ghana - waar ik gelukkig internet heb [en ik over de snelheid daarvan ook niet mag klagen(:]! Ik heb de afgelopen dagen al best wel veel meegemaakt, ook al is het alleen nog maar de orientatie week, dus ik zal even een overzicht geven van hoe het is geweest:

Zondag: De dag van vertrek, en ook de dag waarop de zenuwen het hoogste waren .Gelukkig vielen die van me af zodra ik de andere vrijwilligersters ontmoette; Maria en Gabrielle. Het was toch wel een ontzettend fijn idee dat we niet alleen zouden gaan, dus tijdens de lange vlucht van bijna zes uur, zochten we elkaar ook regelmatig op om even over de projecten te praten of gewoon om even bij te kletsen. Het bleek dat Maria ergens in de buurt van Accra zou blijven, terwijl Gabrielle en ik naar Walewale [in het noorden van Ghana] zouden gaan. Gelijk toen we het vliegtuig uitstapte, was de warmte als een klap in je gezicht. Het was misschien wel al avond, en zelfs al donker, toch voelde het nog steeds aan als 30 graden. Toen we onze baggage hadden opgehaald, bleek het dat de organisatie die ons deze week begeleidt, ons keurig op te wachten. Ook waren er al andere vrijwilligsters uit allerlei landen [varierend van Zweden tot Frankrijk]. Een busje bracht ons naar het Pink Hostel, waar we deze week verbleven.Wat me gelijk opviel was de enorme drukte op de wegen; mensen staken zomaar over, of stonden allerlei spullen te verkopen en overal waren taxi's, taxi's en nog eens taxi's. Het moge duidelijk zijn dat je zoiets nooit in Nederland zal zien, maar wat in Ghana de normaalste zaak van de wereld is. Na een rit van twintig minuten kwamen we aan bij het hostel en gingen slapen, omdat iedereen doodmoe was.

Maandag: Om zes uur ging de wekker al, want iedereen moest op tijd kunnen douchen [we delen met acht mensen een kamer, dus als je wilt douchen moet je er snel bij zijn(:]. Na een lekker ontbijt [bestaand uit ananas, toast en cornflakes], werden we door onze reisleider [Vincent], naar S.Y.T.O [de organisatie] gebracht. Daar zouden we informatie krijgen over ons verblijf, over de gastfamilie enzovoorts. Na een half uur wachten kwam er een dikke, zwarte Ghanese vrouw binnen wandelen, die zich voorstelde als Tina [oftwel ' Big Black Mama' - zoals ze zichzelf ook wel noemt]. Tijdens de uitleg we dingen te horen, zoals dat je in Ghana nooit, maar dan ook nooit iemand ' crazy/stupid/silly' mag noemen, omdat dat beledigend is. Verder bleek dat we huwelijksaanzoeken konden krijgen [alfhowel meer dan de helft daarvan niet serieus is ] en dat je dat makkelijk kunt afwimpelen met dat je al een vriend hebt. Na de orientatie gingen we lekker naar het strand toe [heerlijk gezwommen en een beetje bijgekleurd - al ben ik eerder rood dan bruin] en met de andere vrijwilligers gepraat. We zijn met een groep van ongeveer twintig mensen, waarvan de jongste achttien jaar is, en de oudste ergens in de vijftig. S'avonds zijn we nog ergen uit eten geweest, en toen ook weer redelijk vroeg ons bed in gedoken. Hoewel het lijkt alsof je niet veel doet op een dag, ben je toch wel erg moe in de avond, vanwege de warmte.

Dinsdag: De wekker ging vandaag om half zes, om ervoor te zorgen dat iedereen op tijd kon douchen, wat dit keer redelijk is gelukt! Na het ontbijt werden we weer naar S.Y.T.O. gebracht, en kregen we nog meer uitleg over het project/de gastfamilie. Dingen waar je ook rekening me moet houden, is dat het gastgezin erg beschermend is. Ze willen graag weten waar je bent, en als je ook maar iets later bent dat je hebt gezegd, kunnen ze al in paniek raken. Verder kreeg ik het advies om een keer naar een begrafenis te gaan. Ik was erg verbaasd, maar de begrafenis schijnt heel erg vrolijk te zijn, met veel muziek het dans. Het motto hiervan is dat je wel kunt huilen, maar lachen is veel beter en dus kun je maar beter feest vieren. Tegen elven kregen we een tour door de stad van Accra. We gingen eerst naar de markten toe, waar ze van alles verkochten. Het eerste was je opvalt, is de geur die er hangt. Het is een mix van vis, vlees, groente, specerijen, vuilnis en een hele boel mensen. Alles zit op elkaar gepropt, en kleine paadjes brengen je van het ene stalletje naar het andere. Overal om je heen hoor je 'Ackwaaba', wat welkom betekent. Het leuke is dat je je dan ook echt welkom voelt. Ik heb stiekum even de tourist uitgehangen en foto's gemaakt va mensen, en gelukkig vinden de meeste het ook erg leuk. Ook hoorde je overal 'Oburoni!', wat blanke betekent in het Twi [de meest gesproken taal naast het Engels in Ghana]. Als je dan ' Obibini'[zwarte] terug roept, moeten ze lachen, omdat ze weten dat je ze hebt verstaan. Verder zijn we nog langs het museum geweest van de eerste president van Ghana [die voor de onafhankelijkheid heeft gezorgd] en nog langs het postkantoor. S'avonds zijn we uit eten gegaan en hebben we nog even heerlijk kunnen genieten van Westers eten zoals friet, rijst en kip.

Woensdag: Vandaag hebben we ook weer informatie gehad van S.Y.T.O., alleen dit keer van Vincent. Hij heeft ons verteld over places of interestI, dus plekken die we kunnen bezoeken in Ghana. Het zijn er ongelofelijk veel, en we hebben al afgesproken met een groep die ook naar het noorden toegaat, dat we in de weekenden samen dingen zullen doen. We gaan onder andere naar de Paga Crocodile resort toe, met tamme krokodillen, en naar de Mole Park, het grootste nationale park van Ghana. Verder hebben we vandaag dance en drum lessen gehad, wat erg leuk was.

Helaas is mijn tijd bijna op, dus ik moet het nu voor gezien houden. Ik hoop dat ik jullie een beetje een indruk heb kunnen geven van hoe het is, en tot de volgende blog zou ik zeggen!

Liefs, Sophie.

Het aftellen is begonnen [nog 14 uur]

Hee,

Nog even snel maar een blog typen voordat ik morgen vertrek, want wie weet hoe lang het duurt voordat ik weer internet zal hebben! [en het hoort er natuurlijk ook gewoon bij].

Alles is nu geregeld; ik heb mijn visum, mijn laatste vaccinaties vandaag gehad, gepakt [hopelijk niets vergeten!}, spullen voor het gastgezin [drop, shampoo enzovoorts] en knutselspullen voor het weeshuis ingepakt, iPod op het laatste moment nog aan het updaten, alles nog even tien keer checken en dan moe mijn bed in duiken.

De zenuwen beginnen nu steeds meer op te komen, maar het zijn goede zenuwen, een gezond soort spanning dat ik nu voel. Het besef dat ik toch voor vijf weken [nou ja, officieel vier weken] in 'de rimboe'/back to basics ga, begint echt door te dringen, maar ook yes, I ga naar Ghana toe! Ik ga het meemaken, me erin laten onderdompelen en zie wel hoe alles gaat lopen.

Tot de volgende blog!

x, Sophie.

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Travel Active